Ik heb een zusje,
ze is gehandicapt.
Ze raakt overstuur
als ze valt terwijl ze stept.
Ze wankelt en wankelt en valt op de straat.
Ik vraag of het opstaan nog wel gaat.
Ze duwt me zomaar weg bij haar,
met huilen is toch al klaar.
Ik ren weg en denk: ik vind mijn zusje een oen,
maar mijn gevoelens weten dat ze daar niks aan kan doen.
Nu nog even een bericht:
Dit is het einde van mijn autisme gedicht.