Gedicht van Elvira van 18 met haar gehandicapte broer Marius van 15.
Ik ben Brenda Elvira en brus,
want van mijn gehandicapte broer ben ik de zus.
Ik heb nog niet helemaal geaccepteerd,
dat Marius óók verstandelijk wat mankeert.
Ik volg de opleiding SPW,
met het onderwerp gehandicapten praat ik niet altijd mee.
Want ik word namelijk geconfronteerd,
met wat Marius nog niet heeft geleerd.
Hij kan niet alles leren
al doet hij nog zijn best om het toch te proberen.
Hij is een heel lieve broer,
soms zelf een beetje stoer.
Er zijn ook leuke dingen,
Marius kan bijvoorbeeld heel goed zingen.
Ik heb voor Marius een cadeau gekocht,
waarvoor hij al zolang naar geld zocht.
Na zijn zo'n blijde blik,
ben ik erg in mijn schik.
In de trein waren we aan het zingen,
we luisterden muziek, konden ons niet bedwingen.
Het was een gezellige boel,
al trokken de medepassagiers een maffe smoel.
Met mijn verhaal over wat ik als brus heb meegemaakt,
heb ik de klas in hun hart geraakt.
Ze hebben nu duidelijk laten zien dat ze er voor mij zijn,
en dat maakt mij erg sterk en zo voel ik me opgelucht en fijn.
Marius weet dat dit gedicht hier staat,
daar heb ik met hem over gepraat.
Dat was OK,
al had hij het er wel even moeilijk mee.
Ik moet verder kijken,
wat Marius nog kan bereiken.
Dit gedicht heb ik geschreven vanuit mijn gevoel,
en ik denk dat heel wat brussen weten wat ik bedoel.