Deze website maakt gebruikt van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Klik op "OK" om cookies te accepteren, of op "Weigeren" om de cookies te weigeren.
print


Spierziekten

Door het samentrekken van de spieren in je lichaam kun je bewegen. Dit samentrekken wordt door je hersenen geregeld: ze geven signalen door via het zenuwstelsel naar de spier.
Als het zenuwstelsel niet goed doorgeeft wat de spieren moeten doen, noem je dit een spierziekte. Ook kunnen je spieren zélf beschadigd zijn, waardoor ze niet goed werken. Ook dit noem je een spierziekte. Met sommige spierziekten word je geboren, andere spierziekten krijg je pas als je ouder bent. Spierziekten kunnen erfelijk zijn, maar dit hoeft niet. 
Bij alle spierziekten geldt dat je moeite hebt met bewegen, het kan bijvoorbeeld voorkomen dat je met krukken loopt of in een rolstoel zit. Het kan ook zo erg zijn dat je helemaal niet meer kan bewegen.  

Hartproblemen
Het hart is ook een spier. Door een spierziekte kan je dus soms ook problemen met je hart krijgen. Of met je longspieren. Daarom kun je zelfs aan sommige spierziekten overlijden.
Er zijn ook spierziekten waarmee je heel oud kunt worden. 
Er zijn teveel verschillende spierziekten (wel 600) om ze op deze website allemaal aandacht te geven. De meest voorkomende spierziekten zijn:

  • Ziekte van Duchenne; 
  • Spinale Musculaire Atrofie (SMA);
  • Facioscapulohumerale Dystrofie (FSHD). 

Voor meer informatie over andere spierziekten kun je terecht op de website www.spierziekten.nl.

Ziekte van Duchenne
De ziekte van Duchenne is een erfelijke ziekte die vooral jongens hebben. Met Duchenne heb je:

  • moeite met opstaan, rennen, springen en traplopen (door spierzwakte);
  • ademhalingsproblemen en hartproblemen;
  • moeite met naar de wc gaan.

De ziekte wordt steeds erger (ook wel een progressieve ziekte genoemd) en de meeste mensen worden tussen de 20 en 30 jaar oud.

Spinale Musculaire Atrofie (SMA)
Bij Spinale Musculaire Atrofie heb je moeite met bewegen omdat er geen of te weinig signalen van de hersenen bij de spieren aankomen. De zogenaamde ‘motorische zenuwcellen’ werken niet. 
Met SMA kun je verlamd zijn of dunne spieren hebben. Er zijn vier verschillende typen, van 1 tot en met 4. Type 1 en 2 worden ‘ernstig’ genoemd, omdat je bij type 1 niet leert zitten/staan en bij type 2 leer je wel zitten, maar niet staan/lopen.

Facioscapulohumerale Dystrofie (FSHD)
Facioscapulohumerale dystrofie is een erfelijke spierziekte. Als je hier last van krijgt zie je dit in het begin vooral in het gezicht, de schouders en de bovenarmen. Je kunt je ogen niet goed dichtdoen en je mondspieren worden slapper. Later krijg je last van slappe spieren in je buik en benen. Daardoor kun je gaan struikelen, en heb je moeite met opstaan en traplopen. Je hebt minder kracht in je bovenarmen. Je kunt hier weinig of veel last van krijgen; sommige patiënten komen uiteindelijk in een rolstoel.

Meer weten?
Kijk ook eens op de volgende website voor informatie, tips en filmpjes:

Daarnaast is er speciaal voor broers of zussen het boekje geschreven: Wacht even (als je broer of zus een spierziekte heeft). Te verkrijgen via: http://www.spierziekten.nl/webwinkel/product/wacht-even/