Deze website maakt gebruikt van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Klik op "OK" om cookies te accepteren, of op "Weigeren" om de cookies te weigeren.
print


Diabetes

Diabetes is een stofwisselingsziekte. Dit betekent dat er een stofje (insuline) in je lichaam niet aangemaakt wordt. Een mens kan helaas niet zonder insuline. Insuline werkt als een sleuteltje. Dat sleuteltje maakt de cellen in je lichaam open om suiker (glucose) uit je voeding in je cellen te laten opnemen. Glucose is namelijk onze brandstof. Zoals een auto op benzine rijdt, functioneren wij op glucose uit ons eten. Het lichaam is opgebouwd uit allemaal cellen, waar die glucose naartoe moet.

Als je diabetes hebt en je lichaam geen insuline meer aanmaakt, krijg je geen glucose meer binnen in je cellen. Die glucose blijft in de bloedbaan rondgaan. De nieren zeven het eruit, zodat je het uitplast. Al die uitgeplaste suikers zorgen ervoor dat je afvalt en moe en futloos wordt. Je lichaam gaat dan zoeken naar een andere energiebron (een andere soort benzine). Je gaat je vetten (je reserves) verbranden, en daarbij komen stoffen vrij waar je erg ziek van wordt. Om je beter te voelen, moet je nu insuline toegediend krijgen. Dit kan niet met een pilletje, want dat wordt verteerd in de maag en komt niet in de cellen terecht. Daarom moet insuline altijd ingespoten worden. Ook krijg je dan een ‘metertje’ waarmee je kunt meten hoe hoog je bloedglucose is (met een druppel bloed uit een vingerprik).

Als je eenmaal diabetes hebt en insuline moet spuiten, kan je bloedglucose te hoog of te laag worden. Te laag noemen we een hypoglycaemie (hypo). Iemand gaat dan bibberen en zweten en kan heel wit worden en honger krijgen. Er is dan extra suiker nodig.
Een te hoge bloedglucose noemen we een hyperglycaemie (hyper). De symptomen zijn dan: moeheid, lusteloosheid, dorst, veel plassen en iemand kan ook heel chagrijnig worden. Op dat moment heb je te weinig insuline in je lichaam en moet je wat bijspuiten.

Als je broer of zus diabetes heeft, dan moet er goed gelet worden op wat hij/zij eet. Schommelingen in bloedglucose kunnen beïnvloeden hoe je broer of zus zich voelt (chagrijnig of opgewekt). Als de waardes normaal zijn, zul je niets aan je broer of zus merken.

Meer weten?
Kijk ook eens op de volgende websites voor informatie, tips en filmpjes:

Bron: Diabetes Vereniging Nederland
http://www.dvn.nl/