Deze website maakt gebruikt van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Klik op "OK" om cookies te accepteren, of op "Weigeren" om de cookies te weigeren.
print


Advies

 

Advies voor professionals

Leerkrachten, thuiszorgmedewerkers, jeugdverpleegkundigen, (school)artsen, kinderwerkers, (school)maatschappelijk werkers en anderen die beroepshalve met broers en zussen van zieke of gehandicapte kinderen te maken hebben, kunnen belangrijke steun geven:

  • Wees alert op signalen van belasting. 
  • Bied een luisterend oor. 
  • Bied erkenning door te benoemen wat er aan de hand zou kunnen zijn. 
  • Geef ruimte aan emoties, bijvoorbeeld door tekeningen en gedichten te laten maken of een spreekbeurt te laten houden. 
  • Help bij het doorgang laten vinden van dagelijkse routines en rituelen. 
  • Verwijs adequaat door.

Advies voor ouders/verzorgers

Emotionele steun:

  • Geef de brus het gevoel dat ook hij of zij op de eerste plaats staat.
  • Geef de brus ruimte om zijn of haar gevoelens te uiten en stimuleer dit. Probeer voor deze gevoelens begrip te hebben, ook voor de negatieve emoties. Erover praten doorbreekt het ‘taboe’ op negatief beladen emoties. Door erover te praten en uitleg te geven, bied je een uitlaatklep. Dit kan voor de brus opluchting geven en ruimte creëren voor meer begrip voor de broer of zus met de beperking of stoornis. 
  • Het kan helpen om als ouder openlijk over eigen gevoelens te spreken, dit nodigt het kind uit om dit ook te doen. Je kunt het kind zijn of haar gevoelens ook laten opschrijven en hier later op terugkomen. 
  • Zorg ervoor dat de brus tenminste één vertrouwenspersoon heeft die goed op de hoogte is van de situatie, zoals de eigen ouder, een oom of tante, de leerkracht of een ouder van een vriend of vriendin.
  • Geef de brus geregeld een complimentje: zo werk je aan een positief zelfbeeld. 
  • Schep mogelijkheden om als ouders samen met de brus leuke dingen te doen. Brussen hebben afleiding en leuke dingen voor zichzelf heel hard nodig. Gun daarnaast ook de brus zijn eigen tijd en ruimte.  
  • Blijf gelegenheden creëren voor gezinsrituelen, zoals feesten, uitjes en vakanties.
  • Erken dat brussen stressperiodes kennen. Bijvoorbeeld als de broer of zus naar het ziekenhuis moet. Door dit te benoemen en te verwoorden, krijgt de brus hier erkenning voor. Als ouder kun je er proberen op te letten dat de brus tijdens een stressvolle periode opgevangen wordt. 
  • Probeer je in te leven in de situatie van de brus. Vertel aan de brus dat hij of zij ervaringen heeft die je als ouder niet hebt. Je kunt aangeven dat je graag zou willen begrijpen hoe het is om een broer of zus te hebben met een chronische ziekte, beperking, psychische stoornis of verslaving en stel de brus hier concrete vragen over.

Praktische steun:

  • Geef de brus het gevoel dat hij of zij net zo belangrijk voor je is als de bijzondere broer of zus. 
  • Zet de dagelijkse routine zo goed als mogelijk door, zoals op tijd naar bed gaan en gewoon naar de sportclub gaan.
  • Zorg dat de brus ook op andere plekken kan praten en steun kan vinden als het thuis even niet lukt. Geef de brus toestemming om zich te uiten tegen derden over zijn of haar situatie. Anders kunnen ze het gevoel hebben ‘verraad te plegen’. 
  • Nodig vriendjes van de brus uit: het is belangrijk om dit aan te moedigen, want de brus kan zich bijvoorbeeld schamen of zich bezwaard voelen om iemand uit te nodigen. 

Verwachtingen en verantwoordelijkheid:

  • Verwacht niet teveel van je kind in de omgang met de broer of zus. Je kind kan niet altijd rekening houden met de broer of zus. De brus kan daar, net als iedereen, wel eens geen zin in hebben. Probeer hier als ouder begrip voor te hebben. Spreek een kind niet te veel aan op zijn schuldgevoel. Dit kan ertoe leiden dat een kind zich terug gaat trekken. Het is beter om de positieve interactie tussen de brus en de broer of zus steeds te benadrukken.
  • Beperk de extra zorgtaken en verantwoordelijkheden van de brus: geef waardering voor wat ze doen. Let op voor te hoge belasting van de brus. Als er sprake is van een te grote belasting, kijk dan of je steun vanuit de omgeving in kunt schakelen, bijvoorbeeld de buurvrouw of een grootouder.

Houding:

  • Wees je ervan bewust dat je als ouder een voorbeeld bent voor je kind. 
  • Erken dat jouw gezin uniek is. Om je goed te voelen over jouw gezin, is het belangrijk dat je jouw gezin niet vergelijkt met een gezin ‘uit de boekjes’: alle gezinnen hebben hun unieke kenmerken. Erken zowel de leuke als de lastige kanten.
  • Gebruik humor: humor kan relativerend werken. Je kunt bijvoorbeeld een schriftje bijhouden met alle leuke gebeurtenissen. Op moeilijke momenten kun je dit erbij pakken. 
  • Betrek de brus bij het nemen van beslissingen en hou de communicatie zo veel mogelijk open. Dit is wel afhankelijk van de leeftijd en inhoud van de beslissing. Het helpt ook als de brus op de hoogte is van de redenen waarom een beslissing genomen is (denk aan uithuisplaatsing).
  • Wees duidelijk naar de brus toe. Probeer duidelijke grenzen te stellen, consequent te zijn en één lijn te trekken. 

Informatie: 

  • Wees open over wat er met de broer of zus aan de hand is en ga samen op zoek naar informatie (zie ook ‘ziektebeelden’).

Vaardigheden: 

  • Luister naar de brus: brussen hebben een unieke band met hun broer of zus. Als je luistert naar de brus, leert de brus dat zijn of haar mening ook gewaardeerd wordt. 
  • Overleg met de brus of stel vragen als je wilt dat de brus iets voor je doet.
  • Praat met de brus over de toekomst. Over zijn of haar eigen toekomst, die van de familie en die van de bijzondere broer of zus. 
  • Geef ondersteuning in de omgang met broer of zus.
  • Geef uitleg dat het soms nodig is om anders met de broer of zus om te gaan en hoe de brus dat kan doen. 
  • Leg in concrete situaties uit hoe de brus zijn broer of zus kan helpen.

Ondersteuning door derden:

  • Maak zo nodig gebruik van de opvangmogelijkheden voor personen met een handicap of stoornis; dat kan de draagkracht van het gezin ten goede komen. 
  • Als het thuis moeilijk loopt: zoek steun, bijvoorbeeld bij de andere ouder, familie, vrienden, buren, clubs of eventueel professionele hulp (zie ook ‘hulp’).